In een land dat steeds drukker en voller wordt, waar bossen schaarser zijn dan asfaltjungle, en waar groen meer en meer plaats moet maken voor beton en baksteen, moeten we het kleine beetje natuur dat er nog is, koesteren en zien te behouden.
Weidevogels in het weiland en bij vorst schaatsers op het ijs. Die mooie Hollandse plaatjes mogen geen verleden tijd worden.

Laten de skeelerliefhebbers hun wielen onderbinden en een tocht maken over het asfalt dat nu al in de polder aanwezig is. Laten zij al rijdend genieten van de prachtige natuur die ze om zich heen zien, luisteren naar het gezang van de vogels, het roepen van de grutto en zelfs naar de kreet die een fazant zo nu en dan laat horen. Laten ze al skeelerend de geur opsnuiven van het gras van dat prachtige weiland dat niet mag wijken.

Laten de skeeleraars genieten van de prachtige Veerpolder, en laten zij zich realiseren dat hier geen plaats is voor een skeelerbaan, of andere kolder.
Geen kolder in de polder.

― CK